Stevige schoenen aan, telefoon op stil, en lopen maar. Zo simpel kan een coachingssessie beginnen. Toch krijg ik regelmatig de vraag hoe zo’n wandelsessie er nu precies uitziet. Wat gebeurt er onderweg, moet je de hele tijd praten, en wat als het regent? Een wandeling van begin tot eind, stap voor stap.
Voor vertrek: een vraag als kompas
Elke wandelsessie begint met een moment van afstemmen. Vaak staan we dan al buiten, bij het startpunt van de route. Wat speelt er, waar wil je het over hebben, wat zou deze wandeling je moeten opleveren?
Die vraag hoeft geen scherp doel te zijn. Rust in mijn hoofd is net zo bruikbaar als kiezen tussen twee banen. De vraag is een kompas, geen contract; onderweg mag hij veranderen.
Sommige mensen vinden het fijn om vooraf iets op papier te zetten, anderen beginnen liever blanco. Allebei prima. Er is geen intake van tien pagina’s en geen verplicht voorwerk; wat je meeneemt is genoeg.
De eerste kilometer: aankomen
De eerste tien minuten lopen we rustig in. Het lijf moet op temperatuur komen en het hoofd moet de dag van zich af laten glijden. Vaak gaat het gesprek dan nog over gewone dingen: de route, het weer, hoe de week was.
Dat inlopen is geen verloren tijd. Je merkt vanzelf het moment waarop de schouders zakken en de ademhaling dieper wordt. Vanaf daar begint het echte gesprek meestal uit zichzelf.
Voor wie zenuwachtig is voor een eerste sessie: dat inlopen breekt het ijs vanzelf. Naast elkaar lopen went snel, en na een kwartier voelt het gesprek zelden nog als een afspraak met een coach.
Onderweg: praten, zwijgen, stilstaan
Het middenstuk van de wandeling is het hart van de sessie. We verkennen jouw vraag terwijl de kilometers voorbijgaan. Ik luister, stel vragen en houd de rode draad vast, zodat jij vrijuit kunt denken.
Er wordt ook gezwegen, en dat hoort erbij. Na een rake vraag is een paar honderd meter stilte vaak precies wat er nodig is. De natuur maakt zwijgen gemakkelijk; er is altijd iets dat de ruimte vult.
Soms staan we stil, letterlijk. Bij een bankje, een uitzicht, een plek die iets oproept. Zo’n pauze kan een oefening zijn, een ademmoment, of gewoon even niks. Ook dat is onderdeel van het werk.
De route zelf doet trouwens ook mee. Een splitsing, een open veld na een dicht stuk bos, een brug over het water. Zulke plekken roepen vaak precies op waar het gesprek om vraagt, zonder dat iemand ernaar hoeft te zoeken.
En als het regent? Dan lopen we door, tenzij het echt noodweer is. Een capuchon op en doorstappen geeft een sessie soms juist iets extra’s. Afzeggen om een bui is zelden nodig.
Het laatste stuk: oogsten
Op het laatste deel van de route kijken we terug. Wat kwam er langs, wat raakte je, wat neem je mee naar huis? Vaak vat je zelf samen wat de wandeling je bracht, en dat werkt beter dan wanneer ik het voorzeg.
Waar het past krijg je iets mee voor de komende tijd. Een vraag om mee rond te lopen, een kleine oefening, of een voornemen dat je zelf onderweg formuleerde. Huiswerk klinkt te zwaar; het is meer een reisgenoot tot de volgende keer.
Veel mensen merken dat de wandeling thuis nog doorwerkt. Onder de douche, tijdens het koken, op de fiets naar het werk. Een sessie eindigt bij het startpunt, het effect meestal niet.
Praktisch: duur, plek en aanmelden
Een wandelsessie duurt meestal een uur tot anderhalf uur. We lopen in een rustig tempo over goed begaanbare paden; conditie is geen vereiste. De startplek spreken we samen af, op een groene plek die voor jou goed bereikbaar is.
Kom je liever eerst kennismaken voordat je iets vastlegt? Dat kan; een kort telefoongesprek vooraf kost niets en geeft vaak al een goed beeld.
Meer weten over de werkwijze en tarieven vind je op de pagina over wandelcoaching. Een afspraak maken kan via het contactformulier; je krijgt snel een reactie.
En daarna is het eigenlijk heel eenvoudig. Schoenen aan, jas mee, en de rest ontdek je onderweg. Zo begint elke wandeling, en zo begint ook deze. Grote kans dat de tweede sessie al voelt als een vertrouwd ritueel.